VEC gaat voor goedkope en groene energie van en voor Vlaardingers

Wind energie in Vlaardingen

Het VEC zet zich in voor de opwekking van meer windenergie in Vlaardingen. Windenergie is belangrijk, omdat iedere windmolen bijna 3.000 huishoudens van stroom kan voorzien. Vlaardingen telt 33.500 huishoudens en een nieuwe windmolen voorziet direct in ongeveer 8% van de stroombehoefte van de Vlaardingse inwoners.

Het VEC staat voor het opwekken van duurzame energie van en voor Vlaardingen. Zeggenschap en opbrengsten moet liggen bij de bewoners, organisaties en bedrijven. De gemeente Vlaardingen heeft dit beginsel ook in haar omgevingsbeleid vastgelegd. Zo liggen niet alleen de lasten (zicht, geluid), maar ook de opbrengsten (duurzame energie, rendement op de investering) bij de Vlaardingse gemeenschap. Het realiseren van een windmolen vraagt veel tijd en kennis. Daarom werken we samen met “de Windvogel” (WV); een coöperatie die ervaring heeft met windmolens.

De ruimtelijke procedure voor twee windmolens in het Oeverbos is volop in gang. Hiervoor werken we samen met de gemeente Vlaardingen.

De planning is om in 2020 te kunnen starten met de bouw. U kunt u nu al aanmelden voor deelname in het project Oeverwind.

Bij aanmelden staat hoe u mee kunt doen. Wilt u ook aan duurzame windenergie bijdragen, of wilt u op de hoogte gehouden worden van onze activiteiten? Wordt dan lid van de coöperatie VEC!

Waar komen de windmolens en hoe hoog worden ze?

Hieronder ziet u de beoogde locaties van de twee nieuwe windmolens, in één lijn met de twee bestaande windmolens bij de Groote Lucht.

De hoogte van de windmolens is belangrijk voor de opbrengst. Hoger in de lucht waait het harder en vaker, waardoor de windmolens meer stroom leveren. Daarom moeten ook de wieken lang zijn: ze vangen dan meer wind. Inmiddels is besloten dat de windmolens maximaal 141 meter hoog worden.

Hoe is de participatie geregeld?

De coöperaties VEC en De Windvogel zijn samen eigenaar van de windmolens. Via het lidmaatschap kunnen alle inwoners, bedrijven en instellingen meedoen en participeren in windenergie.

De opbrengst van de verkoop van elektriciteit van de windmolens na aftrek van kosten en vergoeding voor gebruik van de grond, wordt gebruikt voor:

  • Natuurwind: Dit zijn natuurprojecten die opgezet gaan worden samen met Staatsbosbeheer en lokale natuurclubs
  • Omgevingsfonds: een richtlijn voor dit fonds is ten minste € 0,50 per MWh/jaar. De besteding van dit geld wordt bepaald door bewoners van het gebied rondom de windmolens via een bestuur van het fonds. Vaak wordt (een deel van) dit geld besteed aan natuurprojecten.
  • Via de Coöperatie VEC: per windmolen per jaar komt er geld beschikbaar voor bijv. nieuwe energie projecten
  • Leden die investeren in de windmolens: naar schatting max 5% dividend

Vlaardingers kunnen voor jaarlijks € 10 of eenmalig €50 lid worden van het VEC en dan op de ledenvergaderingen meepraten over het project, met name over de verdeling van de opbrengst van het project. VEC-leden kunnen investeren in het Oeverwind project voor een bedrag van minimaal € 50;dit geeft recht op dividend.De vorm van de wind-participaties en de hoogte van het rendement worden nog vastgesteld.

Wat is de procedure voor de windmolens en wanneer begint de bouw?
De vergunning voor de twee burgerwindmolens is aangevraagd. Als die wordt toegekend, kan de bouw in 2020 starten. Het plan wordt vooraf getoetst op rechtmatigheid, eventuele hinder voor omwonenden en effecten voor de natuur. Het bestemmingsplan ligt ter inzage en belanghebbenden kunnen hun zienswijze indienen. Ook op het ontwerpbesluit over de vergunning, naar verwachting in september 2019, kunnen

Wat zijn de effecten van windmolens op de omgeving?

Geluid:

Geluid wordt gemeten in decibel en de afkorting daarvan is dB(A). Hoe verder van de windmolen af, hoe zachter het geluid klinkt. Onderstaande illustratie (bron: factsheet RVO/EZ) laat zien hoe het werkt met het geluid van windmolens:

belanghebbenden een zienswijze indienen. De aanvraag voor de SDE subsidie wordt ook in 2019 gedaan.

De wettelijke norm voor geluid leidt in de praktijk meestal tot een afstand tot woningen van circa 400 m. De turbinekeus maakt daarbij uit, de ene turbine is net iets stiller dan de andere. Voor de windmolens van Oeverwind wordt bij alle woningen voldaan aan de wettelijke norm.

Slagschaduw:

De zon schijnt tegen een windmolen aan en dan ontstaat achter de molen een schaduw. Als de wieken draaien door de wind, beweegt die schaduw ook. Die bewegende schaduw heet slagschaduw.

Mensen kunnen daar last van hebben als die schaduw bijvoorbeeld over een raam van het huis gaat.

Slagschaduw ontstaat het vaakst in de lente en de herfst. De zon staat dan lager, terwijl de zon nog wel met enige regelmaat schijnt. In de winter staat de zon lager en is de schaduw van de windmolen langer, maar in de winter schijnt de zon minder vaak waardoor er minder vaak sprake is van slagschaduw.In de zomer schijnt vaak de zon, maar staat dan ook hoger aan de hemel waardoor de schaduw van de windmolen aanzienlijk korter is.

Er is een wettelijke norm voor slagschaduw: een windmolen moet een automatische stilstandvoorziening hebben als gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar voor langer dan 20 minuten per dag de slagschaduw op een raam van een woning valt en die woning binnen een bepaalde afstand van de molen staat. Die afstand hangt af van het type molen. Als vuistregel voor deze duur van de slagschaduw wordt wel maximaal 6 uur per jaar gebruikt.

Natuur:

Het onderzoek naar de effecten op de natuur van het windpark Oeverwind is in volle gang. Het natuuronderzoek bestaat uit verschillende fasen door het jaar heen, omdat vogels en vleermuizen op verschillende momenten in het jaar bestudeerd moeten worden.  Het gebied waar de windmolens komen maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied of het Natuurnetwerk Nederland; effecten op deze natuurgebieden zijn niet gevonden. Het onderzoek naar de in het Oeverbos aanwezige vogels en vleermuizen loopt nog, we verwachten de resultaten in de herfst van 2019.

In het algemeen kunnen vogels en vleermuizen sterven door windmolens. Dat gebeurt vooral doordat ze er tegenaan vliegen of doordat het gebied waar ze voedsel zoeken wordt verstoord. Maar dat is niet anders dan bijvoorbeeld auto’s die een gebied verstoren of vogels raken. De belangrijkste conclusie is dat windmolens zeker niet veel vogels doden. Katten bijvoorbeeld doden in Nederland veel meer vogels.

Vraag & Antwoord voor Wind

Vlaardingen wil in 2050 een energie-neutrale stad zijn. Naast windenergie zet de gemeente samen met andere partijen in op andere vormen van duurzame energieopwekking en op energiebesparing. In de provincie Zuid-Holland is afgesproken om zoveel windmolens te bouwen dat in 2020 het opgesteld vermogen aan windenergie 735,5 MW (megawatt)is. Dat betekent voor de regio Rotterdam een opgesteld vermogen van 150 MW aan windenergie. Om een idee te geven: een moderne windmolen op land heeft een vermogen van ongeveer 3 MW en kan bijna3000 huishoudens van elektriciteit voorzien.

De gemeente Vlaardingen heeft in 2017 een beleidskader windenergie vastgesteld om de plaatsing van windmolens mogelijk te maken. Hierin staat aangegeven aan welke criteria de gemeente de plannen van partijen toetst die een windturbine willen plaatsen. Een criterium is dat Vlaardingers in een vroeg stadium betrokken worden en in het project kunnen participeren. De beoogde twee nieuwe burgerwindmolens in het Oeverbos voldoen hieraan en dragen bij aan een duurzaam Vlaardingen.

De provincie Zuid-Holland heeft in 2017 in Vlaardingen zeven gebieden onderzocht op geschiktheid voor windmolens. De gemeente, bewoners en bedrijven hebben hiervan een aantal plekken in de Rivierzone en het Oeverbos gekozen als het meest geschikt. Plaatsing in het Oeverbos sluit mooi aan bij de plannen voor een duurzaam en groen gebied ten westen van Vlaardingen: Nieuw Waterland. Dit waterrijke gebied langs de Nieuwe Waterweg wordt de komende jaren opnieuw ingericht. Met Oeverwind willen we een duurzame bijdrage leveren door schone energie op te wekken en opbrengsten in te zetten voor natuurprojecten en nieuwe energieprojecten.

Het plan is dat er twee burgerwindmolens worden geplaatst in lijn met de bestaande windturbines bij de Groote Lucht. Mogelijk kunnen er in de toekomst nog twee bij in het Oeverbos, dit hangt af van de ontwikkelingen bij de Blankenburgverbinding.

De twee windmolens kunnen ongeveer 17.000 MWh stroom per jaar produceren, goed voor circa 5.500 huishoudens ofwel 15% van de Vlaardingers.  De windmolens krijgen een vermogen van ongeveer 3 MW per stuk. Het kan nog variëren tussen 2,2 MW en 4,2 MW afhankelijk van de turbine die we kiezen.

Het realiseren van een windmolen vergt veel tijd en kennis, vanwege de ingewikkelde procedures en de onderzoeken die moeten plaatsvinden voor de bouw. De Windvogel heeft al veel ervaring met windenergieprojecten voor en door burgers.

VEC leden met belangstelling om in de windmolens te investeren kunnen dat nu al via een mailtje laten weten. We verwachten dat de inschrijving eind 2019 of vroeg in 2020 zal beginnen.

Het minimum investeringsbedrag is € 50,-. Er is nog niet besloten of er een plafond voor het investeringsbedrag wordt ingesteld. Een hoger investeringsbedrag zal niet meer zeggenschap binnen het VEC geven. Daarvoor zal gelden dat elk lid één stem heeft.

Ja, de opbrengst neemt in de loop van de tijd af omdat de molen slijt. Dit hangt af van het onderhoud en hoeveel stilstand er is.

Een deelname in de windmolens kan niet op de vrije markt verkocht worden. Dan zou het idee achter het VEC van schone energie voor en door Vlaardingers kunnen verwateren. Er zal wel een mechanisme komen om een deelname binnen het VEC onder voorwaarden te kunnen aanbieden. Dit wordt nog uitgewerkt.

De levensduur van windmolens is tussen de 20 en 25 jaar. Daarna kunnen windmolens of delen daarvan vaak hergebruikt worden.

De plekken van de twee burgerwindmolens zijn bepaald en een vergunning is aangevraagd. De hoogte van de molens is nog afhankelijk van de onderzoeken en de businesscase. Waar u nog invloed op kunt hebben is de verdeling van de lusten van het windpark. Vooral het Omgevingsfonds en de coöperatie VEC zijn daarin belangrijk. U kunt ideeën bedenken waaraan dit geld kan worden besteed. U kunt lid worden van het VEC en meebeslissen over het rendement en de geldstromen. Dan bepaalt u samen met andere leden waaraan het geld wordt uitgegeven.

Het Omgevingsfonds is een jaarlijks bedrag waarmee omwonenden de leefbaarheid in het gebied kunnen verbeteren. Daarbij valt te denken aan een fonds voor de natuur, de omgeving, zonnepanelen, isolatiemaatregelen, internetverbindingen, ledverlichting in straatlantaarns, groenvoorzieningen e.d.  Bewoners van het gebied rondom de windmolens bepalen zelf wat zij hiermee doen. Allerlei ideeën zijn welkom. Het doel is dat een bestuur van het fonds met daarin de belangrijkste stem voor de inwoners zelf, bepaalt wat er met het geld gebeurt.

Dat is nog niet vastgesteld. Daar willen we samen met Staatsbosbeheer, de natuurverenigingen en de direct omwonenden plannen voor maken.

Nee, het omgevingsfonds krijgt naar verwachting een apart bestuur om het geld voor de omgeving te besteden. Als lid kun je wel meebeslissen over de opbrengsten binnen de coöperatie.

Dat zou kunnen als er een politieke en maatschappelijke wens is voor meer windenergie in Vlaardingen of een noodzaak om voor de regio meer duurzame energie op te wekken.

De ronddraaiende as, tandwielen en generator bovenin de windmolen kunnen geluid maken. Maar nieuwe windmolens zijn goed geïsoleerd of hebben geen tandwielkast meer waardoor dit geluid minder is. Het andere geluid komt van de ronddraaiende wieken. Daardoor wordt er lucht verplaatst en dat is te horen als een gezoef of gezwiep. Dat is de grootste geluidsbron van een windmolen.

Of mensen last hebben van het geluid, is vaak heel persoonlijk. Dat blijkt uit meerdere onderzoeken en voorbeelden uit de praktijk. Wie tegen windmolens is, zal de windmolens eerder horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Wie vóór windmolens is of er bijvoorbeeld aan verdient, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks. En als zo iemand ze hoort, haalt die er sneller de schouders over op en ervaart het niet als overlast.

De wettelijke geluidsnormen voor windmolenszijn zo opgesteld dat het geluid wordt beperkt tot een niveau waarmee wordt voorkomen dat het effect heeft op de gezondheid van omwonenden. Hier kunt u meer lezen over de geluidsnormen die gelden voor windmolens.

Met de wind mee draagt het geluid verder; tegen de wind in draagt het minder ver. De invloed van de windrichting is meegenomen in berekeningen voor de geluidsbelasting.

Er zijn mensen die vrezen dat hun gezondheid verslechtert als er windmolens in de buurt komen. Er is veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp, bijvoorbeeld door de GGD en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De conclusie uit dat onderzoek is duidelijk: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken. Dat directe verband is niet gevonden. Wel kunnen mensen ziek worden van windmolens. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met wat iemand van de windmolens vindt. Wie zich daaraan constant ergert, zal sneller last hebben van bijvoorbeeld het geluid of de slagschaduw. Dat kan onder meer stress opleveren en dat kan leiden tot gezondheidsklachten.

Meer over onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden is hier te vinden. De Correspondent – een onafhankelijk journalistiek medium dat zich vooral richt op onderzoek, achtergronden en factchecking – schreef hierover een artikel. AdviesburoPondera schreef een artikel over de fabels en de feiten in de relatie tussen windturbines en gezondheid: https://ponderaconsult.com/windturbinegeluid-en-gezondheid-feit-en-fictie/. Daarin wordt uitgelegd dat er geen statistisch significante relatie gevonden is.

Dat kunnen ze wel hebben, maar de gevolgen daarvan zijn zeer klein ten opzichte van andere bronnen van dierenleed zoals snelwegen, katten en flatgebouwen. Dit windpark ligt buiten beschermde natuurgebieden. Vogels en vleermuizen kunnen doodgaan door windmolens, veelal doordat ze er tegenaan vliegen. Maar dat gaat om heel weinig dieren, hooguit enkele tientallen. We onderzoeken momenteel de gevolgen voor vogels en vleermuizen.

Nee, het uitgebreide vogelonderzoek laat zien dat een sensor voor vogels niet nodig is. Voor Oeverwind verwachten onderzoekers dat er op jaarbasis een gemiddelde vogelsterfte door aanvaringen kan optreden van ongeveer 20 vogels per windmolen. Wel wordt nog onderzocht of een sensor voor vleermuizen nodig is. Dit is afhankelijk van de aantallen vleermuizen die worden waargenomen.


Deel deze pagina: